Door Ingrid Holvoet.
1. Foto’s van zielen
a. Foto’s die ik via email ontvangen heb van een amateur fotograaf, Chris Ceulemans.
Beschrijving van bovenstaande foto.
Dit is een groepering van zielen. De meeste zijn zielen die in dieren incarneren. Er zijn een paar zielen bij die in mensen incarneren. De langste sliert, in het midden, is een verzameling van zielen die aan elkaar vastgehecht zijn. Het zijn zielen die in verschillende soorten dieren incarneren.
Om aan te tonen dat de foto genomen werd bij een normale nacht (geen mist), zie je hiernaast een foto van de toestand voor de zielen op de foto verschenen.
Op de foto voel ik zeven afzonderlijke eenheden. Een eenheid bestaat uit één ziel of diverse zielen die aan elkaar verbonden zijn.
Een eerste eenheid is de langste sliert, in het midden. Een tweede eenheid is de nevel links daarboven, tegen de boom aan. Een derde eenheid is de kleine nevel boven de middenste, tegen de bovenrand van de foto rechts. Een vierde eenheid is de nevel onder de middenste nevel. Een vijfde eenheid verbonden met een zesde eenheid eronder is de nevel links boven het kastje. Een zevende eenheid is de nevel rechts van het kastje.
Nevel nummer 1. De sliert in het midden
De nevel bestaat uit verschillende aan elkaar gehechte zielen. Hij bestaat uit drie hoofddelen. Het eerste deel links is één ziel, het tweede deel centraal aan de eerste ziel verbonden bestaat uit een verzameling van aaneengehechte zielen, en dan is er nog een derde deel van één ziel aan het tweede deel verbonden.
Ik probeer hieronder zogoed mogelijk te beschrijven waar de zielen zich bevinden. Ik zal in de toekomst foto’s bjivoegen met aanduiding van de locatie van de zielen.
a. De linkerkant van de nevel, waar de kleur witter is, en die begint met iets dat op een dierenkop lijkt en zich uitstrekt tot een inkeping (onderaan) ongeveer in het midden van de nevel, is een ziel die in een dier geïncarneerd was, en meestal steeds in hetzelfde soort dier incarneert. Het is een dier dat op grasvlaktes in kuddes leeft. Het dier heeft patronen (bevinden zich rond de ziel en zijn niet zichtbaar op de foto) om opgegeten te worden, om de dood te vinden door opgegeten te worden. De gemoedstoestand op het moment van de foto is: intens verdriet, mentale pijn. Het dier herbeleeft de laatste ogenblikken van haar leven (het was een vrouwelijk dier). De ziel zit mentaal vast in dat voorval en is zich weinig bewust van haar omgeving.
Ze is verward, is de weg kwijt (figuurlijk), weet niet hoe het nu verder moet. Ze is zich bewust van de andere zielen (elementen) van de groep en ze dolen samen rond. Ze weten niet waar naartoe, ze weten niet waar ze zijn, en ze weten niet wat ze verder moeten doen. Ze dolen rond, enkelen van hen in een mentale toestand van frustratie, pijn en verdriet.
Sommige elementen van de groep dolen al een hele tijd, enkele honderden jaren. Andere elementen minder lang, een aantal dagen of maanden. Soms verdwijnen er elementen uit de groep (soms omdat een ziel incarneert) en soms komen er andere bij. Zo dolen sommige zielen in groepen rond tot ze incarneren. Incarneren is niet iets wat een ziel zelf beslist, maar is iets wat haar overkomt op basis van patronen die de incarnatie sturen.
De ziel (die behoort tot de verzameling van aaneengehechte zielen) die ik hier het eerst beschrijf doolt al enkele honderden jaren rond. Volgens haar patronen heeft ze het hierna beschreven leven als ze incarneert.
Ze leeft op grasvlaktes en ze graast. Het is geen rund, het is een kleiner dier. Ze wordt geboren in een nest van twee tot drie jongen. Ze wordt gevoed door de moeder met melk. Er is geen mentale verbondenheid met de moeder. De jongen hebben een band met elkaar. Dan groeit ze op en leeft ze in de kudde.
Elk dier leeft op zijn eigen, het is elk voor zich. Ze zijn zich bewust van de andere dieren, maar er is weinig mentale verbondenheid. Ze zitten allemaal in hun eigen wereldje en leiden binnen de kudde hun eigen leven.
En dan heeft ze jongen en laat ze de jongen haar melk drinken. Maar er is geen mentale verbondenheid met de jongen. Als de jongen opgegroeid zijn en loskomen van haar en in de kudde leven, zijn het bijna vreemden voor haar. Er is niet meer gevoel voor haar jongen dan voor andere dieren. Tenzij een ietsje meer, er is een klein verschil met de andere dieren, ze weet dat dat haar jong is, maar er is geen mentale band.
De ziel heeft een soort leven als geïncarneerde ziel volgens haar patronen die bepalen welk leven en welke omgang met andere dieren ze zal hebben. Er is een patroon dat dicteert dat ze een aantal opeenvolgende levens als (hetzelfde) dier heeft en dat ze daarna een ganse tijd niet incarneert.
Het huidig moment (het moment van de foto): er is een beeld van dat ze aan het grazen is en kauwt. Dan zijn er beelden van lopen voor haar leven en een roofdier dat haar aan haar rechterkant naar de keel springt en haar keel openrijt. De ziel herhaalt mentaal steeds dit voorval van grazen, kauwen, lopen voor het leven en een roofdier dat haar naar de keel springt. Ze zit dat voorval steeds te herbeleven en er zit ook veel verdriet bij.
Ze had een manke linker voorpoot.
b. Het middelste deel van de centrale nevel begint waar er een witte vlek is (de kleur is witter, de nevel is daar minder ijl) in de nevel bovenaan, en een inkeping onderaan. Dit deel strekt zich uit tot aan de witte rechtopstaande staaf.
Dit deel is een combinatie van verschillende zielen die aan mekaar gehecht zijn. Er zijn zeven zielen. Het zijn zielen die in hun laatste leven één van de volgende dieren waren: een egel, een paard, een knaagdier, een vogel, een paard, een knaagdier, een slang. Ik beschrijf de zielen in volgorde van hun locatie in het middelste deel van de nevel: van links naar rechts en van boven naar onder.
Op de bovenste rij zijn er twee zielen. Van een egel en een paard. De egel is de witte vlek met het bolvormig aanhangsel rechts verbonden aan de vlek en dit bevindt zich links boven in het middelste deel. Ik kan een beeld oppikken van de egel die met de voorpootjes graaft in de bovenste lagen van de grond (ik denk om voedsel te vinden). Er is ook een beeld van binnengaan in een ondiep hol, en een nest met jongen. Er zijn gevoelens van tevredenheid, zorgzaamheid en liefde voor de jongen. Ze gaat heel dichtbij de jongen liggen om ze warm te houden. Een beeld van water van zich afschudden. Een beeld van de snuit en het opsnuiven van de lucht om te voelen hoe de atmosfeer is (het is regenachtig), en of het goed is voor de jongen om naar buiten te komen.
Het is heel lang geleden dat hij incarneerde in een lichaam. Enkele duizenden jaren (denk ik). Deze ziel incarneerde daarvoor in het lichaam van een slang. Ik kan een beeld oppikken van een schichtige slang. Ze leeft meestal verborgen onder bladeren. Ik voel angst om onbedekt te zijn. Ze ligt verborgen in het struikgewas, te wachten op een prooi die voorbijkomt. En dan hapt ze toe. Er is ook een beeld van een vorig leven als eekhoorn. Deze is zich van niet veel bewust. Hij leeft zijn leventje van eten en slapen en voortplanting. Tijdens het leven als eekhoorn was het dier minder bewust dan in de levens van de andere dieren. Dit komt omdat er een invloed zal geweest zijn van een andere ziel die minder bewust was. Er zijn nog beelden van andere levens in andere dieren, maar ik zal het hierbij laten. Er is een patroon (onbewuste programmering) dat ervoor zorgt dat de ziel achtereenvolgens in diverse kleinere dieren incarneert en daarna een hele periode niet incarneert.Naast de ziel van de egel, op de bovenste rij is een ziel die in een paard incarneerde. Er is een beeld van een paard dat in een weide staat met een afrastering. Er zijn stallingen. Soms als het regent of als het koud is, verblijft hij in de stallingen. Dan krijgt hij hooi gevoederd. Hij denkt niet, hij redeneert niet, hij neemt uitsluitend waar. De mentale capaciteit is verbonden met de ziel en is onafhankelijk van het dier waarin ze incarneert. Als een dergelijke ziel in een mens incarneert zal deze persoon een heel lage intelligentie hebben, zelfs al zijn beide ouders hooggeschoold.
Het paard leeft zijn leventje van grazen en slapen en nu en dan eens bereden worden. Het paard is alleen. Er is een man die hem voedert als hij in de stalling verblijft. Er is een beeld van een zak met voedsel aan de muil bevestigd. De stalling is eigenlijk een grote ruimte (een schuur) die voor allerlei dingen gebruikt wordt. In een hoek bij de ingang is een hok voor het paard gemaakt. Het paard heeft weinig contact met de man die voor het voer zorgt. Die doet gewoon zijn werk en die let niet veel op het paard. Er is een andere man die hem soms verzorgt. Die gaat met een kam over zijn lichaam, en die controleert zijn hoeven.
Dit leven was recent, enkele weken geleden. Het paard is van ouderdom gestorven. Het heeft pijn gekregen in de hartstreek, is gaan liggen en is gestorven. Het paard was redelijk gelukkig, ook al was het meestal alleen. Hij leefde zijn leven, dacht niet over de dingen na. Hij was in de stal of in de wei, hij werd gevoederd. Soms werd hij bereden door een man, en dan maakten ze tochten door het landschap en door een bos (misschien 1 a 2 keer per maand).
Hij was een paard en is gestorven en dan was hij ineens waar hij nu is als ziel. De ziel weet dat ze bij die andere zielen is, maar ze weet eigenlijk niet wat ze erbij doet. Ze voelt geen verbondenheid, er is geen contact. Ze is aanwezig bij die groep, en verder niets. Ze is daar niet graag, ze voelt zich daar onwennig. Er is stilte, er is geen communicatie. Ze zou elders willen zijn, maar ze weet niet hoe. Ze weet niet hoe ze van die groep kan loskomen. Ze weet ook niet wat er daarna komt.
Ze heeft vroeger in andere dieren geïncarneerd, zoals een aap, een koe. Ooit heel, heel lang geleden, was ze een prairiehond, maar ze was toch meestal een paard. Er is een patroon dat dicteert dat ze meestal in een paard incarneert en soms in een ander dier. Als aap, koe en heel uitzonderlijk eens als hond, om de zoveel levens. Tussen levens in is ze een korte periode (enkele weken) niet geïncarneerd en daarna incarneert ze weer.
Op de tweede rij zijn er drie zielen. De ziel meest links is een ziel die in knaagdieren zoals een muis of een rat incarneert. Deze ziel incarneert bij de dood van het lichaam meestal onmiddellijk in een ander lichaam. Ze is denk ik nog maar een dag dood, is heel verward over waar ze is en zal heel snel weer geïncarneerd zijn in een muis of een rat. Ze heeft een zeer laag bewustzijn, ze beseft met moeite dat ze bestaat. Als ze in een dier is, leeft ze als een robot. Ze doet de handelingen gedicteerd door de patronen, en beseft voor de rest met moeite dat ze leeft. Als een dergelijke ziel in een mens zou incarneren, dan zou je te maken hebben met een persoon met een ernstige mentale achterstand. Ik denk echter niet dat een dergelijke ziel in een mens incarneert.
De ziel rechts ernaast is een ziel die in een kleine vogel zoals een mus incarneert. Ik zie een beeld van een mus die opvliegt. Verder beelden van granen oppikken in een groep van drie mussen. Ik denk dat er ergens graan gestrooid is in de buurt van een huis. Er is een beeld van slapen in een boom. Deze ziel is heel alert. Ze bezit een bepaalde intelligentie. Indien deze ziel in een mens zou incarneren, zouden we met een mens met een normale intelligentie te maken (geen zeer hoge intelligentie denk ik). Deze ziel is steeds een vogel. Er verloopt ongeveer een week tussen twee incarnaties (op basis van een patroon). Ze herinnert zich haar laatste leven, ze weet waar ze is, ze heeft tijdsgevoel (ze weet hoelang ze daar al is), ze stelt zich geen vragen, ze is vredig, ze is gerust. Het is alsof ze het weet dat ze opnieuw incarneert en op de volgende incarnatie wacht.
De ziel rechts ernaast is een ziel die incarneert in een paard. Deze ziel incarneert in een paard, een zebra, een giraffe e.d. Er is heel veel verdriet bij deze ziel. Deze ziel is in haar laatste leven als paard geslacht. Er is een immens, verschrikkelijk, hartverscheurend verdriet omwille van het geslacht zijn. Ik denk dat er een mes ingebracht is links in de keel. Er is een herinnering van pijn daar. Er is een herinnering van verschillende mensen rond haar. Er is een immens gevoel van vernedering. Er waren mensen die ze kende (haar eigenaars) bij het slachten aanwezig die haar altijd goed behandeld hebben. Er waren twee mannen (haar eigenaars) bij aanwezig die gewoon met de anderen aan het praten waren, alsof er niets aan de hand was. Als het mes ingebracht wordt is ze eerst stomverbaasd, en dan voelt ze zich verschrikkelijk vernederd, en vanaf dat moment is er alleen maar hartverscheurend verdriet. Intens, intens verdriet om het verraad van haar eigenaars. Ze herbeleeft nog steeds dat laatste voorval en ze is zich niet bewust van waar ze momenteel is. Ze is nog niet zo lang bij de groep, ik denk enkele dagen of weken. Ze zal na een tijd opnieuw incarneren, het verdriet zal slijten en ze zal het verleden volledig vergeten. Deze ziel is redelijk intelligent, ze kan denken en redeneren. Ze kan meer dan alleen maar waarnemen, zoals de ziel van het reeds beschreven paard maar kan. Indien ze in een mens zou incarneren zouden we een persoon hebben met een lage tot normale intelligentie.
Er zijn twee zielen op de derde rij. De ziel links is een ziel die in een knaagdier (muis of rat) incarneert. Ze is daar nog maar kort aanwezig en zal spoedig weer incarneren. Ze is zich van weinig bewust.
De ziel ernaast is een ziel wiens laatste leven een slang was. Ik zie een beeld van twee mensen bij haar en zij die hevig sist. Ze is gepakt (m.b.v. van een gespeten werktuig rond haar nek), in een zak gestoken, en later gedood. Als slang leefde ze verborgen in het struikgewas. Ze leefde haar leventje als slang, zonder veel na te denken. Ik denk dat ze toch een ziel is die over een beperkt denkvermogen beschikt. Ze is al een tijd aanwezig bij de groep van zielen en zal er nog een tijd zijn denk ik. Ze is een ziel die niet dikwijls incarneert. Ze is zich niet echt bewust van waar ze is, ze is wat verdoofd.
wordt vervolgd …
—————————————————————————————————————-








b. Foto’s die ik van het internet gehaald heb.
2. Onderstaande foto’s zijn foto’s van iets, maar het zijn geen zielen.
Beschrijving van bovenstaande foto
Dit is de substantie waaruit de patronen bestaan, dit is een verzameling van patronen.
wordt vervolgd …















